26 februari 2018
Onderwerpen: MKB Advies Tips

Voorkom 8% belastingrente, vraag voorlopige aanslag VPB

Het is jongleren met verschillende data als het om de aangifte vennootschapsbelasting (VPB) gaat. De hoofdregel is: als het boekjaar van een bv gelijk loopt met het kalenderjaar, moet de aangifte VPB vóór 1 juni binnen zijn bij de Belastingdienst. Dat is dus redelijk overzichtelijk, maar voor de berekening van belastingrente bestaan andere data:

  • 1 april: doet een bv vóór 1 april aangifte VPB en neemt de fiscus die gegevens ongewijzigd over, dan hoeft de bv geen belastingrente te betalen.
  • 1 mei: deadline voor het aanvragen van een voorlopige aanslag VPB. Als de Belastingdienst de aanslag oplegt conform de gegevens in de voorlopige aanslag, betaalt de bv ook geen belastingrente.
  • 1 juli: na deze datum begint de teller te lopen voor belastingrente. Ofwel: als de fiscus de aanslag na 1 juli oplegt, moet de bv rente betalen.

Het veiligst: doe uw aangifte VPB voor 1 april 

De fiscus rekent maar liefst 8% belastingrente over het bedrag dat een bv aan VPB moet betalen. De periode loopt van 1 juli tot zes weken na de dagtekening op de aanslag. Stel dat een bv een aanslag krijgt met dagtekening 2 augustus 2018, dan moet de bv belastingrente betalen over de periode tussen 1 juli en 13 september 2018 (want dat is zes weken na 2 augustus).

Het meest veilig is dus om vóór 1 april de aangifte VPB in te dienen. Ondernemingen die over het voorgaande boekjaar VPB hebben moeten betalen, ontvangen in het begin van het nieuwe jaar al een voorlopige aanslag van de Belastingdienst. Als de inkomsten redelijk overeenkomen, moet het doen van aangifte voor 1 april ook wel lukken.

Dagtekening na 1 juli pakt naar uit voor bv

Stel dat uw bv een veel beter jaar heeft gedraaid dan vorig jaar, dan kan het aanvragen van een (nadere) voorlopige aanslag veel financieel leed voorkomen. Dat geldt natuurlijk ook als een bv geen voorlopige aanslag heeft ontvangen, wat uw bv dus vóór 1 mei geregeld moet hebben.

En dan nog blijft het opletten, zo blijkt uit een recente zaak voor de Hoge Raad. Daar liep een bv tegen een rekening voor belastingrente aan van € 15.509. Dat terwijl de bv tijdig een (nadere) voorlopige aanslag had aangevraagd. De inspecteur liet de bv op 28 juni via een elektronisch bericht weten dat de nadere voorlopige aanslag conform de gegevens was opgelegd, maar de dagtekening op de feitelijke voorlopige aanslag werd 5 juli. Daardoor moest de bv belastingrente afrekenen over de periode tussen 1 juli en zes weken na de dagtekening, ofwel 16 augustus. De bv vond dat niet echt getuigen van behoorlijk bestuur, maar ook voor de Hoge Raad bleef die rekening staan. Hoge Raad, 15 december 2017, ECLI (verkort): 3126.

Bron: Rendement

Terug