29 september 2016

Bijtelling auto van de zaak, ook bij ziekte

Als een auto van de zaak ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer, vindt ook bij ziekte een bijtelling voor privégebruik plaats. Toont een werknemer echter aan dat hij op kalenderjaarbasis minder dan 500 privékilometers rijdt, dan blijft een bijtelling achterwege. 

In deze zaak draaide het om een bv die een auto van de zaak ter beschikking gesteld had aan zijn directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor de dga werd geen rekening gehouden met een bijtelling, omdat hij van 2008 tot en met 2011 ernstig ziek was. De dga reed minder dan 500 kilometer privé, maar hield geen kilometeradministratie bij. 

In 2013 stelde de Belastingdienst een onderzoek in en legde voor de jaren 2008-2011 naheffingsaanslagen op. De fiscus vond dat de bv de bijtelling voor de auto van de zaak moest toepassen. De bv was het hier niet mee eens, omdat de dga in die tijd de auto niet had gebruikt door zijn ziekte. De bv stapte naar de rechter.

Toon aan dat bijtelling achterwege mag blijven

Het hof stelde dat de bv weliswaar een auto van de zaak aan de dga ter beschikking had gesteld, maar dat er geen grond was voor een bijtelling privégebruik door de ziekte van de dga. Onze hoogste rechter was het echter niet eens met het hof. De Hoge Raad vond dat de bijtelling voor privégebruik moest worden toegepast, omdat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking was gesteld. Als bleek – uit bijvoorbeeld een rittenadministratie – dat de dga met de auto minder dan 500 privékilometers had gereden, kon een bijtelling wel achterwege blijven. Dat was hier echter niet het geval. De inspecteur had dus terecht de naheffingsaanslagen opgelegd.

Hoge Raad, 3 juni 2016, ECLI (verkort): 1030

Bron: Rendement

Terug