21 september 2022

Prinsjesdag 20 september 2022 – Wat zijn de belangrijkste plannen voor u als ondernemer

Gisteren heeft  het nieuwe Kabinet Rutte IV de belastingplannen voor 2023 aangeboden aan de Tweede kamer. Na afloop van de algemene beschouwingen zullen wij via onze website definitieve plannen plaatsen. Wij hebben voor nu de belangrijkste fiscale plannen op een rijtje gezet.

Belastingen in box 2

Het kabinet wil 2 belastingschijven introduceren in box 2 van de belastingen. In box 2 betalen aandeelhouders in een binnen- of buitenlandse onderneming belasting over de winst op hun aandelen (dividend). Het gaat om een basistarief van 24,5% voor de eerste € 67.000 en 31% voor het bedrag boven € 67.000. 

Doel: belastinguitstel tegengaan

Met de 2 schijven wil het kabinet belastingplichtigen stimuleren de winst vaker in delen uit te keren tegen het lagere tarief. Zo wil het kabinet belastinguitstel door winstinhouding tegen gaan.

 

Plannen om winstgrens vennootschapsbelasting te verlagen

Het kabinet wil de grens voor het lage tarief in de vennootschapsbelasting (vpb) verlagen van € 395.000 winst naar € 200.000. Het lage tarief van 15% gaat omhoog naar 19%. Bedrijven met een winst vanaf € 200.000 betalen vanaf 1 januari 2023 het hoge tarief. Dat tarief gaat omhoog van 25% naar 25,8%.

Doel: meer geld ophalen om lasten voor burgers te verlagen

Door de winstgrens te verlagen gaan meer bedrijven meer belasting betalen, omdat zij eerder het hogere tarief betalen. Hiermee haalt het kabinet meer geld op om de lasten voor burgers te verlagen en de koopkracht te vergroten.

 

Voor algemene heffingskorting gaan box 2 en 3 meetellen

De algemene heffingskorting wordt vanaf een bepaald inkomen uit werk en woning (box 1) geleidelijk afgebouwd tot nihil. In het Belastingplan 2023 is voorgesteld de afbouw van de algemene heffingskorting per 2025 ook afhankelijk te maken van het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

 

Zelfstandigenaftrek verder af te bouwen

Het kabinet zet de komende jaren flink meer vaart achter het afbouwen van de zelfstandigenaftrek. Oorspronkelijk zou dit belastingvoordeel voor onder meer zzp’ers in 2036 zijn afgebouwd tot € 3.240. Maar nu is het de bedoeling dat de aftrek in 2027 nog maar € 900 bedraagt

Doel: kleinere belastingverschillen tussen werknemers en zelfstandigen

Met deze maatregel worden de verschillen in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen (ondernemers voor de inkomstenbelasting) kleiner. Zo wil het kabinet de arbeidsmarkt meer in balans brengen. 

Andere vormen van ondernemersaftrek ongemoeid

Naast de zelfstandigenaftrek zijn er nog meer vormen van belastingaftrek voor ondernemers (toolbox) die voldoen aan het urencriterium. Voorbeelden zijn de startersaftrek en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Voor deze belastingkortingen heeft het kabinet in de begroting vooralsnog geen nieuwe wijzigingen voorgesteld.

 

Afschaffen oudedagreserve (FOR)

Het kabinet wil de oudedagsreserve afschaffen. De oudedagreserve is voor ondernemers om een deel van hun winst te gebruiken voor hun pensioen. Met het afschaffen wil het kabinet voorkomen dat ondernemers hun oudedagsreserve gebruiken om belastinguitstel te krijgen. 

Doel: meer gelijke fiscale behandeling werknemers, ondernemers en aandeelhouders

Afschaffen van de oudedagsreserve zorgt voor meer gelijke belasting van werknemers, ondernemers en aandeelhouders. Ondernemers kunnen vanaf 1 januari 2023 hun oudedagreserve niet meer verder opbouwen.  

 

Plannen kabinet om werkgeverslasten te verlagen

Het kabinet heeft plannen om per 2023 voor ondernemers enkele werkgeverslasten te verlagen en investeringen aantrekkelijker te maken. Dit gebeurt via een lagere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) voor kleine werkgevers. Daarnaast gaat het om een hoger budget voor de Werkkostenregeling (WKR). Ook wil het kabinet investeringen fiscaal stimuleren, zoals de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA).

Doel: lasten verlagen en investeringen aantrekkelijker maken. Het kabinet wil enkele werkgeverslasten van bedrijven verlagen voor ondernemers die geraakt worden door: 

  • de hogere vennootschapsbelasting (vpb);
  • hogere lonen voor werknemers;
  • hogere energiekosten.

Daarnaast wil het kabinet het voor bedrijven aantrekkelijker maken te investeren in energiebesparende en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Het budget van de MIA en EIA gaat daarom in 2023 verder omhoog.

 

Onbelaste reiskostenvergoeding bedraagt € 0,21 per 2023

Het bedrag dat een werkgever per zakelijke kilometer onbelast kan vergoeden aan de werknemer stijgt per 1 januari 2023 voor het eerst sinds 2006. Het bedrag van € 0,19 per kilometer stijgt naar € 0,21 per kilometer. Per 1 januari 2024 stijgt dit verder naar € 0,22.

 

Bronnen:
Rijksoverheid/belastingplan 2023
Rendement/Prinsjesdag 2022

Terug