13 april 2017
Onderwerpen: Belasting Advies Tips

Inspecteur komt niet weg met matige onderbouwing

Het ging in deze zaak om een man die samen met zijn vrouw een winkel in doe-het-zelfspullen had. Hij gaf uit eigen beweging bij de fiscus aan dat hij nog geld had staan op een Zwitserse bankrekening. Uit de afschriften bleek dat in 2005 bijna € 39.900 op die rekening was gestort. Dit bedrag rekende de Belastingdienst tot het inkomen uit werk en inkomen wat leidde tot een navordering van de inkomstenbelasting over 2005.

Slechte onderbouwing buitenlands inkomen

De rechter stelde vast dat de man wel had kunnen weten dat het ‘Zwitserse’ geld ook opgegeven had moeten worden. Daardoor was de zogenoemde vereiste aangifte niet gedaan en dat leidde automatisch tot een omkering van de bewijslast. De man kon de rechters niet overtuigen dat het inkomen op de aanslag niet klopte.

Maar vervolgens kwam de rechtbank met een argument, want óók de inspecteur had niet voldoende aanknopingspunten aangeleverd dat het hier inderdaad om inkomen uit het buitenland ging. Dat was wel nodig, anders gold de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar niet en zou de aanslag sowieso moeten vervallen. De navordering over het jaar 2005 kwam immers pas in 2015.

De inspecteur kwam niet verder dan dat hij het, gezien de branche – op maat gemaakte meubels, deuren en raambekleding –, ‘mogelijk achtte’ dat de man ook klanten in het buitenland had en daar inkomsten uit haalde. Ook achtte de inspecteur het ‘denkbaar’ dat de man in het buitenland inkomen had uit ‘een andere inkomstenbron’.

Navordering op willekeurige schatting

De rechter vond dat de navorderingsaanslag berustte op een willekeurige schatting van het buitenlandse inkomen en rekende het de inspecteur zwaar aan dat die geen nader onderzoek had gedaan naar de aard en omvang van de onderneming. Terwijl dat wel makkelijk had gekund door een boekenonderzoek in te stellen. 

Ondanks de omkering van de bewijslast, oordeelde de rechter dus dat het niet redelijk was van de inspecteur om uit te gaan van buitenlands inkomen. De rechter vernietigde daarom het extra bedrag van € 39.900 dat bovenop het inkomen voor de navorderingsaanslag is geteld. 
Rechtbank Noord-Holland, 17 maart 2017, ECLI (verkort): 1287

Bron: Rendement

Terug