8 april 2019

Deels vrijgestelde prestaties, hoe zit het dan met de btw?

Als een deel van uw prestaties vrijgesteld is voor btw, mag u ook niet alle voorbelasting aftrekken. Maar hoe zit dat precies? Hoe berekent u welk deel van de door u betaalde btw verrekenbaar is en wanneer moet u hiervan afwijken?

Voorbelasting

Als ondernemer berekent u btw over uw verkochte goederen en diensten. De btw op goederen en diensten die u in het kader van uw onderneming aanschaft, zijn in het beginsel aftrekbaar. Alleen het verschil hoeft u af te dragen. Deze rekensom is anders als u over niet al uw goederen en diensten btw hoeft te berekenen, omdat deze deels zijn vrijgesteld. Welk deel is dan aftrekbaar?

Omzetverhouding

De aftrekbare btw op goederen en diensten, die u zowel belast als vrijgesteld gebruikt, wordt bepaald aan de hand van uw omzetverhouding: belast-vrijgesteld. In onderstaand voorbeeld is 75% van de omzet belast en dus ook 75% van alle betaalde btw verrekenbaar. Bijvoorbeeld:

Omzet belast (75%)

€ 300.000,-

Omzet vrijgesteld (25%)

€ 100.000,-

Btw inkoop

€   50.000,-

Te verrekenen € 50.000 x 75%

€   37.500,-

Afwijken toegestaan?

De wetgever heeft de mogelijkheid opengelaten, om af te wijken van de berekening op basis van de omzetverhouding. Dat moet echter alleen als het aannemelijk is, dat het werkelijke gebruik van de gekochte goederen en diensten voor belaste en vrijgestelde prestaties afwijkt van de omzetverhouding. Degene die hiervan wil afwijken, zal dit dus aannemelijk moeten maken. Dat geldt voor de belastingplichtige en de inspecteur.

Investeringsgoederen of niet? 

Voor goederen waarop u afschrijft, dus van € 450,- of meer, moet u per investeringsgoed bepalen of het werkelijke gebruik een betere verdeling oplevert. Voor goederen en diensten waarop u niet afschrijft, doet u dit alleen als dit voor die goederen en diensten als geheel genomen een betere verdeling oplevert.

Voorbeeld waarbij de rechter eraan te pas moest komen

Een voorbeeld zagen we onlangs voor Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In deze zaak hield een ondernemer zich bezig met de handel en exploitatie van onroerend goed. Een deel van zijn activiteiten was belast met btw, een ander deel vrijgesteld. De ondernemer had de door hem betaalde btw op de facturen van: zijn auto, de accountant en overige algemene kosten niet afgetrokken op basis van de gerealiseerde omzet, maar op basis van het aantal vierkante meters vloeroppervlakte. De inspecteur bestreed dat die manier een nauwkeuriger resultaat opleverde dan die op basis van de omzetverhouding en hief het btw-verschil van ruim € 10.000,- na.

Dus? 

Gebruikt u een groter deel van de door u aangeschafte goederen en diensten voor belaste prestaties? Baseer de vooraftrek dan op het gebruik. Onderbouw dit zo goed mogelijk. 

 

Bron: Tips&Advies

Deels vrijgestelde prestaties, hoe zit het dan met de btw?

Als een deel van uw prestaties vrijgesteld is voor btw, mag u ook niet alle voorbelasting aftrekken. Maar hoe zit dat precies? Hoe berekent u welk deel van de door u betaalde btw verrekenbaar is en wanneer moet u hiervan afwijken?

Voorbelasting. 

Als ondernemer berekent u btw over uw verkochte goederen en diensten. De btw op goederen en diensten die u in het kader van uw onderneming aanschaft, zijn in het beginsel aftrekbaar. Alleen het verschil hoeft u af te dragen. Deze rekensom is anders als u over niet al uw goederen en diensten btw hoeft te berekenen, omdat deze deels zijn vrijgesteld. Welk deel is dan aftrekbaar?

Omzetverhouding

De aftrekbare btw op goederen en diensten die u zowel belast als vrijgesteld gebruikt, wordt bepaald aan de hand van uw omzetverhouding: belast-vrijgesteld. In onderstaand voorbeeld is 75% van uw omzet belast en dus ook 75% van alle betaalde btw verrekenbaar. Bijvoorbeeld:

Omzet belast (75%)

€ 300.000,-

Omzet vrijgesteld (25%)

€ 100.000,-

Btw inkoop

€   50.000,-

Te verrekenen € 50.000 x 75%

€   37.500,-

Afwijken toegestaan?

De wetgever heeft de mogelijkheid opengelaten, om af te wijken van de berekening op basis van de omzetverhouding. Dat moet echter alleen als het aannemelijk is, dat het werkelijke gebruik van de gekochte goederen en diensten voor belaste en vrijgestelde prestaties afwijkt van de omzetverhouding. Degene die hiervan wil afwijken, zal dit dus aannemelijk moeten maken. Dat geldt voor de belastingplichtige en de inspecteur.

Investeringsgoederen of niet? 

Voor goederen waarop u afschrijft, dus van € 450,- of meer, moet u per investeringsgoed bepalen of het werkelijke gebruik een betere verdeling oplevert. Voor goederen en diensten waarop u niet afschrijft, doet u dit alleen als dit voor die goederen en diensten als geheel genomen een betere verdeling oplevert.

Voorbeeld waarbij de rechter eraan te pas moest komen

Een voorbeeld zagen we onlangs voor Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In deze zaak hield een ondernemer zich bezig met de handel en exploitatie van onroerend goed. Een deel van zijn activiteiten was belast met btw, een ander deel vrijgesteld. De ondernemer had de door hem betaalde btw op de facturen van: zijn auto, de accountant en overige algemene kosten niet afgetrokken op basis van de gerealiseerde omzet, maar op basis van het aantal vierkante meters vloeroppervlakte. De inspecteur bestreed dat die manier een nauwkeuriger resultaat opleverde dan die op basis van de omzetverhouding en hief het btw-verschil van ruim € 10.000,- na.

Dus? 

Gebruikt u een groter deel van de door u aangeschafte goederen en diensten voor belaste prestaties? Baseer de vooraftrek dan op het gebruik. Onderbouw dit zo goed mogelijk.

 

Bron: Tips&Advies

Terug