10 januari 2017
Onderwerpen: Belasting Tips Advies MKB

Wijziging btw-teruggaaf bij oninbare vorderingen

Vanaf 1 januari 2017 zijn de regels voor het aanmerken van een oninbare vordering veranderd. Tegelijkertijd geldt een aanpassing voor het terugbetalen van afgetrokken voorbelasting door het niet te betalen van de vordering. 

De leverancier kan zijn op aangifte betaalde btw terugvragen zodra het zeker is dat zijn vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. Nieuw is dat de vordering in ieder geval één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur, als oninbaar wordt aangemerkt. Daarnaast hoeft voor de teruggaaf geen apart verzoek meer te worden ingediend. De teruggaaf kan worden verwerkt in de btw-aangifte.

Terugbetalen van afgetrokken voorbelasting

De afnemer moet zijn op aangifte afgetrokken voorbelasting terugbetalen als hij het factuurbedrag (deels) heeft teruggekregen of op het moment dat duidelijk is dat hij de factuur niet (helemaal) gaat betalen. 

Overgangsrecht

Is er een vordering waarvan de uiterste betaaldatum is verstreken vóór 1 januari 2017, maar die op die datum (gedeeltelijk) niet is ontvangen? En is die vordering vóór 1 januari 2017 niet oninbaar? Dan begint de termijn van één jaar te lopen op 1 januari 2017. Dit betekent dat deze vordering op 1 januari 2018 als oninbaar wordt aangemerkt, voor zover de vordering op die datum nog steeds niet is ontvangen. Wanneer de oninbaarheid van deze vordering in de loop van 2017 op een andere wijze is komen vast te staan, ontstaat uiteraard al op dat moment het recht op teruggaaf.

Bron: Belastingdienst

Terug