18 september 2018

Prinsjesdag – Belastingplan 2019

Op Prinsjesdag zijn de wetsvoorstellen voor aankomend jaar besproken. In het nieuwsbericht lichten we u in over de gemaakte plannen, welke door het parlement worden behandeld en dus nog kunnen wijzigen.


1. Verlaagd btw-tarief naar 9%

Het kabinet betaalt de verlaging van de lasten op arbeid gedeeltelijk door economisch minder verstorende belastingen te verhogen. Zo worden boodschappen iets duurder door een verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9%. Dit betekent in de praktijk dat boodschappen van €100 in 2019 €2,83 duurder worden. Maar ook met de duurdere boodschappen gaan de meeste mensen erop vooruit in 2019. Daarnaast verlaagt het kabinet voor de hogere inkomens het tarief van een aantal aftrekposten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de hypotheekrenteaftrek en de ondernemersaftrek. 


2. Afschaffen dividendbelasting en invoering bronbelasting

In het wetsvoorstel ‘Wet bronbelasting 2020’ stelt het kabinet voor om de dividendbelasting af te schaffen. Het doel is om daarmee hoofdkantoren van internationaal opererende bedrijven te behouden en aan te trekken, wat goed is voor de Nederlandse economie. Afschaffing van dividendbelasting zou, zonder aanvullende maatregelen, tot gevolg kunnen hebben dat Nederland in toenemende mate gaat fungeren als toegangspoort naar laag belaste landen. Daarom wordt voorgesteld om in 2020 een conditionele bronbelasting op dividend in te voeren. Deze glooklookeldt alleen bij dividenduitkeringen in gelieerde verhoudingen en bovendien alleen als sprake is van betaling naar laag belaste landen of in geval van misbruik. Het tarief voor de bronbelasting is dezelfde als het tarief voor de vennootschapsbelasting. 


3. Tariefsverlaging vennootschapsbelasting

Ook komt een tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting (Vpb), die in drie jaarlijkse stappen verlaagd wordt. Vanaf 2019 wordt de eerste schijf in de Vpb (belastbare winst tot € 200.000) 19% en de tweede schijf (vanaf € 200.000) 24,3%. Per 2020 zullen de tarieven respectievelijk 17,5% en 23,9% zijn. In 2021 zijn de tarieven respectievelijk 16% en 22,25%. 


4. Aftrek van rente op schulden

Momenteel zijn er ingewikkelde maatregelen die de aftrek van rente op schulden in de Vpb beperken. Hiervoor komt een algemene maatregel, waarbij rente op schulden alleen nog maar aftrekbaaar is tot 30% van het bedrijfsresultaat (EBITDA). Kan rente niet in aftrek worden gebracht in een jaar, dan is deze onbeperkt verrekenbaar in toekomstige jaren. Wel wordt ook hier anti-misbruikwetgeving ingevoerd. Op basis van de huidige regeling is een geleden verlies in de Vpb gedurende negen jaar in de toekomst verrekenbaar, wat teruggebracht wordt naar zes jaar. Bij vastgoed in eigen gebruik was het mogelijk om af te schrijven tot 50% van de WOZ-waarde. Voorgesteld is om de afschrijving op vastgoed te beperken tot 100% van de WOZ-waarde.


5. Klein ondernemersregeling wijzigt

De kleineondernemersregeling (KOR) wordt per 1 januari 2020 gemoderniseerd, maar het wetsvoorstel loopt mee in het traject van het pakket Belastingplan 2019.


6. Tarief box 2 omhoog

Het tarief in box 2 wordt verhoogd. Deze maatregel geldt alleen voor mensen die een belang hebben van minimaal 5% in een vennootschap.


7. Op weg naar een tweeschijvenstelsel

Er wordt een geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel voorgesteld met een basistarief van 37,05% in 2021 en een toptarief van 49,50%. In 2019 wordt het tarief van de huidige eerste schijf 36,65% en de tweede en derde schijf 38,10%.


Bronnen: Rijksoverheid en Taxence

Terug