19 oktober 2018
Onderwerpen: ZZP Tips Advies MKB

Belastingschulden komen van pas bij matiging vergrijpboete

Bij een controle bij bedrijf X bleek dat facturen later werden geboekt dan het moment waarop zij waren uitgereikt, waardoor btw werd verschoven naar een later tijdvak. Dit bedrijf stelde dat zij dit deed om de btw later te kunnen betalen. Op jaarbasis werd echter het juiste bedrag aan btw betaald. De inspecteur legde een vergrijpboete van 30% op. Waarbij bedrijf X in hoger beroep ging. 

Waarom werd er een vergrijpboete opgelegd?

Hof Den Bosch besliste dat dit bedrijf opzettelijk de btw niet binnen de belastingwet gestelde termijn betaalde (art. 67f AWR). Het bedrijf had volgens het Hof liquiditeitsproblemen, doordat zij geld had geleend aan haar directeur-grootaandeelhouder. Er werd dus voorrang verleend op het lenen van geld boven het tijdig betalen van btw. 

De Hoge Raad niet eens met uitspraak

De Hoge Raad was het eens met bedrijf X. Het Hof had ten onrechte niet de belastingschuld, die ruim € 100.000 bedroegen, als straf verminderende omstandigheid goedgekeurd. De beslissing van het Hof, dat berustte op de opvatting dat belastingschulden nooit een matigende rol konden spelen bij de beoordeling van de hoogte van een opgelegde boete, was volgens de Hoge Raad onjuist. De Hoge Raad verwees de zaak voor een nieuwe beoordeling van de hoogte van de boeten naar Hof Arnhem-Leeuwarden.
 

Bron: Viditax

Terug